Het schooltje van Ccoyllullo, reisverslag (juli 2009)

 

Juni 2009 vertrok ik via Amsterdam en Madrid naar Lima. Van daar naar Cusco, Abancay, Chuque en uiteindelijk naar Totora en Ccoyllullo. Hier bezocht ik het schooltje (op  4000 m hoogte) dat ik met de stichting wil gaan steunen. Vanuit Nederland had ik contact gehad met de alcalde (burgemeester) van Totora, waaronder Ccoyllullo valt en met vrienden van mij in Totora.  Het schooltje wist van mijn komst en de burgemeester zou vervoer regelen.

Dag 1
Vanuit Totora ging ik heel positief op pad. Volgens de alcalde was het maar 1 dag. Wat kan je gebeuren op 1 dag, no? De vrienden bij wie ik verbleef, Julia en haar dochter Marleni, waren behoorlijk bezorgd, ‘o het is daar zo koud, en het waait’. Ach dacht ik: watjes…
 
Om 7 uur in de ochtend zouden we gaan. Ik zat om 06.30 uur al klaar. Julia gaf brood, kaas, water, cola, fruit en toiletpapier mee. Om 7.30 kwam Rudolpho, die mij zou begeleiden, melden dat de paarden klaar stonden met de spullen die ik met Marleni had gekocht voor de kinderen: schoolspullen, een medicijnbox en heel veel fruit, ook voor de oudjes in het dorp.
 
Om 08.00 uur ging ik ik met Rudolpho vast lopen naar Pacha Mama, daar zouden we de paarden ontmoeten. Bij het weggaan zei ik nog tegen Julia, ‘alles komt goed hoor, het is maar 1 dag’.
 
Na ongeveer anderhalf uur te hebben gelopen, vlak gelukkig, moest ik eerst bij Pacha Mama mijn cocablaadjes geven voor het betreden van de berg (ritueel).

Eindelijk, om 10.30 uur, kwamen de paarden. Ik vroeg nog aan Rudolpho waarom hij zijn slaapzak mee had genomen. ‘Oh, dat is lekker warm als we uitrusten!’ Nou ik had gelukkig mijn warme jas aan, want in de ochtend is het koud, en een maillot onder mijn broek.
 
Rudolpho leidde mijn paard. Het was een beetje wiebelig, maar gelukkig had hij voor mij wel een zadel. De paarden daar zijn gelukkig klein. Eerst liepen we over de pampas, oftewel lekker vlak. Van mijn 2 paardrijlessen had ik onthouden: meegaan met het paard. Het ging best goed.
 
Rond 13.00 uur vroeg ik of we er al bijna waren, toch............ als je op 1 dag heen en weer gaat!
‘Oh neen’, zei Alenjendrina, de enige andere vrouw in het gezelschap, ‘nog niet op de helft’. Inmiddels waren we al aardig aan het klimmen. We gingen rusten en eten en drinken, het was lekker warm en alles was rustig.
Opnieuw op weg, maar het werd steeds meer klimmen. Arm paard met die 75 kg vrouw op zijn rug..
Ik ging dus maar lopen , maar dat was voor mij behoorlijk zwaar vanwege de hoogte, 3900 meter. Om de 10 minuten water en alcohol op mijn voorhoofd en snuiven van de alcohol. Rond 17.00 uur was ik behoorlijk moe, en het werd koud.

Inmiddels begreep ik dat het 1 dag heen en 1 dag daar en 1 dag retour was…Nou ja, positief blijven, ik had geen andere keuze. Wel had ik 1 pilletje voor de diarree, een appel, en geen slaapzak.

Jose vond dat we moesten overnachten. Onderweg kwamen we indigenos tegen, mensen die hoog in de bergen wonen, en zij gaven ons warme papas, aardappelen. Na een uurtje kwamen we bij een hutje van 1 meter hoog en 2 meter breed, gemaakt van takken en riet. Ja, dit moest het zijn om de nacht door te brengen. De nacht daar is lang: van 19.00 uur tot 06.00 uur. Een paar vrouwtjs gingen koken, uiteraard op hout en 1 pan, ze maakte een soort sope met papas (aardappelsoep).
 
De hele dag was ik niet naar het toilet geweest, dus nu maar even gaan. Even een stukje van de groep vandaan lopen met Alejandrina. Daarna gegeten. De paarden waren afgeladen. We waren met ongeveer 10 mensen bij het hutje. Allen spraken quecha, waar ik niets van versta, natuurlijk. Rieki, rieki, dat moest wel het woordje ja zijn, want dat werd veel gebruikt.


We sliepen op dekens die op de aarde lagen en ik kreeg wel drie andere dekens over mij heen. Naast mij lagen Alejandrina en Jose.  Ik heb die nacht echt niet geslapen zo koud was het, de wind waaide om mijn neus,  ik had uiteraard twee capuchons opgedaan. De rest sliep.

Dag 2
En maar wachten tot het licht werd, dan kon ik uit het benauwde, maar toch winderige hutje. Eindelijk, eruit, en….otra vez eten maken. Er was melk met quacker (havermout), nou daar word je warm van dus maar nemen. Het blikje van de melk deed gelijk dienst als beker. Het was niet echt lekker maar wel warm. Tien minuten later zei mijn lichaam, hmm wel lekker warm, maar ik maak er diarree van. Handig he..........gauw langs de geiten lopen met mijn toiletrol in mijn zak.
 
Toen ik terug kwam was er een kleine uitdaging, de paarden waren weg....... De mannen gingen op zoek...na een half uur kwamen ze terug met de paarden. Een klein detail: alle paarden behalve mijn paard. Er was nog wel een cabolla manso. Dus, daar maar op, niet dat ik er echt vertrouwen in had, maar, er was geen keuze, dus daar gingen we weer. Het eerste stuk pampa, na 3 uur gereden te hebben weer 2 uur lopen en eten en rusten. Ik voelde me best  goed ook al had ik niet geslapen. In de zon word je tenminste weer warm.
 
In de namiddag werd het weer klimmen met het paard. Op een gegeven moment moest het paard zo’n grote stap maken, dat ik er af duvelde. Mijn begeleider Marcellino  dook op mij omdat het paard steigerde. Ik lag tussen de keien. Ik was geschrokken, maar Marcellino trilde als een rietje. Nou opstaan maar, en even zitten, ik vroeg om mijn appel, waarom weet ik niet, maar die was uit mijn zak gerold. Mijn elleboog was kapot, maar ik kon alles bewegen. Na het eten van mijn appel, was er geen andere keuze dan doorgaan.......ik kreeg een ander paard, niet dat het de schuld van het paard was, vond ik, maar toch.
 
Weer lopen , eten, paardrijden .....en daar zag ik wat kinderen lopen. Iik voelde me net Sinterklaas, want de kinderen zwaaiden en riepen.  Nog even een rivier over met het paard en een steile trap en dan zouden we er zijn.  En ja hoor, nu kletterde ik er aan de andere kant af. Wauw, nu lag ik te trillen.
Ik durfde eerst niet te gaan staan…maar blijven liggen was ook geen optie. Even rechtop zitten, en weer gaan. Maar wel lopend, graag...

Bij het schooltje
De ontvangst was heel officieel.  Ik werd door 3 man toegesproken. De kinderen hebben gedanst en gezongen , en hadden kadootjes gemaakt. Van lamawol kreeg ik een shawl en ook een tasje, en ook een band waarmee je stenen kunt gooien. Aan de schrale gezichtjes van de kinderen zie je de kou en het vuil.

De kinderen spreken wel Spaans, dit leren zij op school, maar de rest niet. Het is erg belangrijk dat zij Spaans leren spreken: als zij verder willen leren of ergens willen werken moeten zij Spaans spreken.

De kinderen en de ouders waren een beetje overdonderd en timide, maar heel erg vriendeljk.

Op mijn vraag aan de kinderen wat zij nodig hadden, kwam als eerste antwoord een groter gebouw voor de school en voor de regionale feesten met hun families. Ook wilden ze graag meubilair en een schoolbord. Momenteel zitten ze op de vloer en op een paar oude stoelen. Als schoolbord gebruiken ze nu grote stukken papier.

Walter is de leraar van het schooltje.  Hij wilde ook graag een bliksemafleider voor het schooltje. Ook zou hij heel graag de kinderen wat gevarieerdere voeding kunnen aanbieden op school. Het klaslokaal zeg er heel armoedig uit met scheuren in het plafond en kapotte deuren.  Zie ook de foto’s van het schooltje verderop  op de website.

De schriften en de kleurpotloden die ik alvast meegenomen had kwamen goed van pas. Alle kinderen hebben een tekening gemaakt die ik mee kreeg.  Zo lief! Ze waren ook erg blij met het fruit dat ik mee had genomen, dat krijgen ze bijna nooit.  Een jongetje was tegelijk bezig met zijn appel en zijn sinaasappel, dat was zo schattig om te zien (zie foto).

Voor de ouderen in het dorp had ik wat leesbrillen meegenomen. Op zich een leuk idee, dus ik bood een bril aan een vrouw aan, en ze reageerde spontaan, fijn. Keek gelijk in de verte…maar ja daar was hij niet voor. Dus ik gaf haar een boek en hoopte dat ze daarmee dan beter kon lezen…klein detail, de ouderen zijn analfabeet. Ik probeerde het nog te redden door te zeggen dat ze ermee kon handwerken.
 
Een  jonge vrouw ging in Quecha een heel verhaal vertellen, ook over waar het nieuwe gebouwtje naast het schooltje ook voor zou dienen, namelijk voor de culturele feesten die zij hebben. In het dorp wonen, verspreid over de berg,  120 mensen. Momenteel maken er negen kinderen gebruik van de school, en er zijn een stuk of tien kleine kinderen die binnen een paar jaar naar school gaan. De mensen kunnen niet dichtbij elkaar wonen, omdat ze allemaal hun eigen kudde lama’s hebben die moeten kunnen grazen. Ze hebben honderden lama’s en er is niet veel begroeiing.
Angelandrina vertaalde het gebeuren. We kregen natuurlijk eten, vlees en papas, en ook koffie met heel veel suiker.
 
Daarna was het alweer bijna donker. We liepen naar het hutje waar we gingen slapen, het was best groot. Binnen zag ik alleen maar rook, en buiten allemaal lama’s. Er werden allemaal schapenvellen gebracht en na weer eten gingen we slapen. Ik was kapot. Die nacht gelukkig wel geslapen, lekker warm en met een dikke kip naast me.
 
De terugreis
De volgende dag otra vez sopa eten, maar ik nam oud brood en een appel. De terugreis was heavy, want ik wisselde weer lopen en paardrijden af.  Jose vertelde me dat we om 18.00 uur in Totora zouden zijn. We kwamen in het donker om 19.00 uur aan. Julia en Marleni huilden, dus ik mocht ze troosten.
Pero…VALE LA PENA oftewel het was de moeite waard.
 
Ik ga er vanuit dat ik genoeg geld kan inzamelen om voor deze kinderen en hun families een grotere ruimte voor het schooltje te kunnen betalen. Deze ruimte gaat ook gebruikt worden voor alle andere culturele zaken, daar op 4000m hoogte in de kou.